Praktijk voor EMDR en moderne hypnotherapie || Ladogameerhof 277 || 1060 RG Amsterdam || 06 55 62 53 72

De EMDR techniek

Zoals u al heeft kunnen lezen is EMDR naast een vorm van psychotherapie ook een techniek met een standaard protocol. Wanneer de te verwerken herinneringen zijn gevonden, gaat de techniek als volgt:
De therapeut laat de cliënt in gedachten kijken naar, of denken aan het meest beladen beeld van een traumatische gebeurtenis, of beladen herinnering.
Het huidige negatieve affect (gevoel) wat dat oproept wordt op een schaal van nul tot tien ingeschaald.
De cliënt zoekt met behulp van de therapeut naar een bijpassende negatieve cognitie (NC), bijvoorbeeld: "ik ben in gevaar," "machteloos," "slecht," "dom."
Tevens wordt er een gewenste positieve cognitie (PC) gezocht voor wanneer het trauma verwerkt is, bijvoorbeeld: "het is voorbij, ik ben nu veilig," "als volwassene kan ik nu zelf kiezen," "ik ben een goed iemand, in orde, oké."
De mate van geloofwaardigheid van de positieve cognitie wordt tevens ingeschaald.

De cliënt probeert dan zoveel mogelijk bij het beeld en het negatieve affect te blijven en aan de negatieve cognitie te denken, terwijl hij of zij tegelijkertijd met geopende ogen de ritmische bewegingen volgt die de therapeut met zijn of haar hand maakt.

Een set oogbewegingen bestaat meestal uit ongeveer 25 bewegingen. Hierna pauzeert de cliënt voor een paar momenten.
De cliënt vertelt kort wat er vanzelf in hem of haar opkomt qua beeld, gevoel, gedachte of lichamelijke sensaties.
Dat wat de cliënt vanzelf krijgt. Wat het ook is dat er door hem of haar heengaat, of opkomt.
De therapeut zal hierop in haken en een volgende set oogbewegingen toepassen. "Blijf daar maar bij, houd dat maar vast en volg met je ogen mijn vingers."

Na een of twee sets ontstaan er meestal spontaan allerlei veranderingen. Het beeld kan vager worden, verder weg komen te staan, of andere aspecten van de gebeurtenis, of hieraan gerelateerde herinneringen of associaties komen meer op de voorgrond.
Vaak krijgen cliënten stromen van nieuwe, positieve inzichten over zichzelf, de gebeurtenis, hun eigen rol erin, hoe het nu anders kan, en dergelijke (zonder dat hier ook maar een suggestie voor wordt gegeven door de therapeut).
Het negatieve affect wordt tijdens een EMDR-sessie per set neutraler, of verandert eerst van kwaliteit.
Zo kan een oorspronkelijke gevoel van bijvoorbeeld angst, veranderen in verdriet, dan in woede om vervolgens neutraal, of zelfs positief te worden.
Tijdens het EMDR-proces worden de aanvankelijke beladen, negatieve gevoelens waar de cliënt mee begint niet alleen vanzelf neutraal, maar heel vaak ook zelfs positief!

Is het affect eenmaal neutraal of positief dan laat de therapeut de cliënt opnieuw terugdenken (of kijken) naar de oorspronkelijke (traumatische) gebeurtenis.
Soms is en blijft het dan neutraal.
Vaker komt er echter een nieuw kanaal (associatiereeks) van gevoelens of gedachten naar boven.
In EMDR werkt men zo een tweede, of derde kanaal op dezelfde wijze af, totdat de oorspronkelijke (traumatische) gebeurtenis geen enkel negatieve reactie meer kan oproepen.
In het algemeen duurt een tweede of derde kanaal veel korter.

Blijft de oorspronkelijke gebeurtenis neutraal of positief, dan wordt de cliënt gevraagd of de positieve cognitie (PC) nog wel past en in welke mate hij geloofwaardig aanvoelt.
Indien nodig wordt de PC gewijzigd en met sets oogbewegingen net zolang versterkt, totdat de PC voor de cliënt gevoelsmatig helemaal waar, helemaal geloofwaardig is.

Vervolgens wordt de cliënt uitgenodigd om een zogenaamde body scan te doen.
De cliënt denkt dan aan de oorspronkelijke gebeurtenis, de positieve cognitie en gaat daarbij tegelijkertijd met zijn of haar aandacht, van boven naar beneden, het lichaam af.
Dit om na te gaan of het proces voldoende afgerond is, of dat er nog meer "beladen materiaal" is dat associatief aan de herinnering, het probleem of thema verweven is.
Wanneer de cliënt hierbij een prettige, of neutrale lichamelijke reactie ervaart, kan de sessie worden beëindigd.

Naast oogbewegingen kan de therapeut ook auditieve of kinesthetische bilaterale (een afwisselend stimuleren van de rechter en linker hersenhelft) stimulatie toepassen.
Bijvoorbeeld door middel van alternerende toontjes in een koptelefoontje, of door het afwisselend links en rechts trillen van trilplaatjes die in de handen worden vastgehouden.

Interweaves

Soms kan het proces vastlopen, op schuldgevoelens, angst om te veranderen of andere redenen.
De therapeut gaat zich dan proactief met het proces bezighouden.
De therapeut kan dan gebruik maken van zogenaamde interweaves: "Als uw dochter hetzelfde zou overkomen, vindt u dan dat zij zich schuldig moet voelen?"
Als de cliënte met "nee" antwoordt: "denk daar aan," en een nieuwe set wordt gestart (een zogenaamde cognitieve interweave).

Vaak maakt de therapeut daarbij gebruik van de interne en externe hulpbronnen uit het verleden of heden van de cliënt.
Voorbeelden hiervan zijn:

Een beschermende oma van vroeger: "Zou zij ook zeggen dat je helemaal niks kan, voor niets deugt?"

Het volwassen zelf van de cliënt: "wat moet het kind van toen weten dat hij / zij toen niet wist, maar wat u nu wel weet?"

Een imaginair gevestigde innerlijke raadgever / raadgeefster, of een imaginaire vitale oudere zelf, die deze problemen al heel lang geleden heeft opgelost (imaginaire interweaves): "Wat zou hij / zij zeggen van....?"

De functie van interweaves is het introduceren van nieuwe informatie, een nieuw gezichtspunt, of informatie waar de cliënt al over beschikt, maar waar hij of zij geen toegang toe heeft in de bewustzijnstoestand die geactiveerd is (bijvoorbeeld de beperkte kijk op de wereld van een angstig kind dat alles op zichzelf betrekt).

Bij in de jeugd ernstig getraumatiseerde cliënten zien we vaak een procesmatige verschuiving van schuldgevoelens "ik had wat moeten doen," "het is mijn schuld" (nadat de schuld en verantwoordelijkheidskwesties zijn opgelost en verwerkt komt er vaak woede vrij) naar veiligheidskwesties, om te eindigen met controlekwesties.
De bijkomende positieve cognities zijn dan bijvoorbeeld: "ik deed het beste wat ik kon, ik ben een goed iemand," "het is voorbij, ik ben nu veilig," "als volwassene kan ik nu zelf kiezen." (F. Shapiro, 1995).

Hoewel EMDR qua techniek op zich simpel lijkt, vereist een juist en effectief toepassen van EMDR uitgebreide training en algemene therapeutische vaardigheden en inzichten.
Het leggen van verbanden tussen ervaringen en huidige klachten of problemen van de cliënt, de timing en de keuze van de te behandelen herinneringen maken EMDR tot een kunde en een kust.

Theorieën over de werking van EMDR

Bewezen is dat EMDR werkt, hoe het werkt is echter nog niet helemaal duidelijk.
Voordat het helemaal duidelijk is zal er nog wel het een en ander over geschreven worden. Net zoals het veertig jaar duurde voordat het pijnstillend effect van aspirine verklaard was.
Er bestaan verschillende theorieën over het werkingsmechanisme van EMDR. Het is goed mogelijk dat een verklaring van de werking van EMDR te maken heeft met een samengaan van verschillende theorieën.
De bekendste theorieën zijn:

EMDR als een vorm van kunstmatig dromen.

Een theorie is dat tijdens dromen onze ervaringen op een natuurlijke manier worden verwerkt. Wanneer het stressniveau te hoog is, loopt dit verwerkingsmechanisme echter als het ware vast en krijgen wij nachtmerries waaruit we wakker worden.
De EMDR oogbewegingen lijken veel op die van de REM slaapfase (de fase waarin we dromen en onwillekeurige oogbewegingen maken).
Ze zouden het vastgelopen verwerkingsproces kunstmatig weer op gang zetten en de negatieve en positieve cognitie zorgen hierbij voor meer sturing en richting.

De relaxatieresponstheorie.

Volgens sommigen is het mogelijk dat de oogbewegingen een aangeboren ontspanningsreactie in de hersenen activeren. De gebruikelijke vlucht-vecht reactie, die we als mens bij stress of heftige emoties ervaren, wordt dan even onderbroken.
De ontspanningsreactie zou dan een soort van afremmende werking hebben op vervelende emoties, zoals angst.
Hierdoor ontstaat er ruimte voor nieuwe gezichtspunten, inzichten en nieuwe gevoelens over de gebeurtenis en het probleem.

Het duale bewustzijn.

Tijdens EMDR is er sprake van een dubbel bewustzijn, namelijk die van het trauma en die van het hier en nu van de oogbewegingen, wat op zich al neutraliserend (desensitiserend) werkt.

De oriëntatieresponstheorie. (Lipke, 2000)

Wanneer zoogdieren en mensen onverwachte, nieuwe prikkels toegediend krijgen worden de gebruikelijke, automatische mechanismen van waarnemen en functioneren tijdelijk even onderbroken.
Een onderbreking, die de oriëntatierespons wordt genoemd, en nodig is om de prikkels te kunnen interpreteren en na te gaan of de omgeving wel veilig is.
Wanneer de prikkel en de omgeving vervolgens als veilig worden geïnterpreteerd, zou er een ontspanningsreactie volgen.
Bilaterale stimulatie, zoals oogbewegingen, roepen ook een oriëntatiereactie op.

Mensen hebben de neiging om als een automatische reactie bij problemen, of onmiddellijk nare gevoelens te ervaren, of het denken eraan te vermijden.
De oriëntatiereactie die de oogbewegingen oproept, onderbreekt echter deze automatische reactie (en geeft daarbij wellicht ook nog een ontspanningsreactie).
Door deze onderbreking kan het aangeboren probleemoplossend vermogen van de cliënt zich gaan verbinden met de problematiek waarop de cliënt zich focust.

Belasting van het werkgeugen.

Een recentelijke theorie, die met name vanuit Nederland sterk is opgekomen.
Het WERKGEHEUGEN waarmee we een opgehaalde herinnering met onze aandacht vasthouden om het te analyseren, te overdenken kost een bepaalde energie. Het werkgeheugen heeft slechts een beperkte capaciteit.
Afleidende prikkels zoals met name de oogbewegingen van EMDR strijden dan met de herinnering om de beperkte capaciteit van het werkgeheugen. Dit heeft als gevolg dat de opgehaalde herinnering labieler wordt, dat de beelden vervagen.
De vervaagde of labiel geworden traumatische herinnering kan zich vervolgens vermengen met andere behulpzamer beelden, herinneringen, gedachten of symbolen.
Zo ontstaat een nieuwe getransformeerde herinnering die vervolgens in het LANGETERMIJNGEHEUGEN wordt opgeslagen (reconsolidatie).

Hoe het ook precies mag zijn, neurologisch onderzoek heeft aangetoond dat EMDR leidt tot een veel betere integratie van de linker en rechter hersenhelft.
Kleinere en grotere trauma's hebben de neiging om in brokstukken van gevoelens, beelden en geluiden - vaak met een tijdloos ervaren karakter - in het zenuwgestel opgeslagen te worden. Met name in de rechter hersenhelft.
Ze zijn dan geïsoleerd (gedissocieerd) geraakt van de rest van iemands inzichten en volwassen vermogens.
Wanneer ze 'getriggerd' (geactiveerd) worden overspoelen ze de persoon in kwestie en is hij of zij zijn of haar volwassen vermogens kwijt.
Wanneer de persoon in kwestie er zich later weer van hersteld heeft, verbaast hij of zij zich vaak over zijn of haar eigen reacties.

EMDR lijkt niet alleen de geïsoleerde (traumatische) beelden en gevoelens lost te trekken, maar ook tegelijkertijd het vermogen te herstellen om een gebeurtenis volledig te verwerken.
Met andere woorden, de problematische, opgeslagen informatie kan weer communiceren met de volwassen (en aangeboren) probleemoplossende vermogens en inzichten van de cliënt.
Het basisprincipe van EMDR is dan ook dat er in iedereen een basisgezondheid huist, dat iedereen een aangeboren vermogen heeft dat streeft naar herstel en een nieuw gezond, psychisch evenwicht.

Lid van:

  • Vereniging van Integraal Therapeuten (VIT) - Beroepsvereniging voor
    therapeuten in de geestelijke gezondheidszorg
  • Vereniging EMDR Nederland
  • EMDR-Belgium

Geregistreerd bij:

  • Europese Associatie voor Psychotherapie (EAP)
  • Nederlandse Associatie voor Psychotherapie (NAP)
  • Register Beroepsbeoefenaren Complenmentaire Zorg (RBCZ)

Lidmaatschapnummers

  • EMDR-practitioner certificaatnummer: p-9376
  • VIT: 509.17.A
  • registratienummer NAP: ECP-NL 026/027
  • registratienummer RBCZ: 205079R
  • registratienummer VEN: 30894
  • AGB zorgverlener: 94006236 -90026194