EMDR therapie - hoe het gaat, wat het is en waarom het werkt

EMDR, een effectieve therapie
Een bijzondere therapie
EMDR wordt steeds bekender als een effectieve vorm van psychotherapie. Bij traumaverwerking werkt het sneller, is minder belastend en cliëntvriendelijker dan de gebruikelijke, traditionele vormen van psychotherapie.

EMDR is een effectieve vorm van psychotherapie die steeds meer bekendheid krijgt. Bij traumaverwerking werkt het sneller, is het minder belastend en cliëntvriendelijker dan de gebruikelijke vormen van psychotherapie.

EMDR is niet alleen de aangewezen therapie bij psychotrauma en PTSS (posttraumatische stressstoornis). Ook bij tal van andere klachten bewijst het vaak goede diensten.
Zo wordt EMDR therapie toegepast bij angsten, fobieën, onzekerheidsproblematiek (belemmerende overtuigingen over zichzelf) en verslavingen. In feite is EMDR overal toe te passen waar belemmerende levenservaringen tot problemen leiden. Hetzij als een therapie op zichzelf of als een onderdeel van een bredere behandeling.

EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is als therapie ontstaan vanuit de toepassing van een basistechniek; ook wel bekend als het het standaard protocol.
Deze techniek zit ingekaderd in een psychotherapeutisch model met verschillende fasen en uitgangspunten voor het vinden van relevante herinneringen. Of angstige voorstellingen van toekomstige gebeurtenissen. Zie meer hierover op mijn pagina Algemene werkwijze EMDR
therapie
.
Het standaard protocol lijkt eenvoudig. Toch zijn brede kennis en ervaring van psychotherapie, naast een grondige training in deze methode belangrijke vereisten om veilig, cliëntvriendelijk en succesvol met EMDR therapie te kunnen werken.

Naast het standaard protocol zijn er aangepaste protocollen en manieren van werken voor klachten of problemen zoals verslavingen, pijnklachten of bij extreem heftige emoties. Een voorbeeld hiervan is de, binnen EMDR ontwikkelde, wonderbaarlijk werkende Flash Techniek.

EMDR – hoe het gaat in de praktijk.

Bij EMDR worden gebeurtenissen en herinneringen gezocht die de huidige klachten bij de cliënten aansturen. Wanneer de te verwerken herinneringen zijn gevonden, gaat de techniek als volgt:
De therapeut laat de cliënt in gedachten kijken naar, of denken aan het meest beladen beeld van een traumatische gebeurtenis, of beladen herinnering. Het huidige negatieve affect (gevoel) wat dat oproept wordt op een schaal van nul tot tien ingeschaald.

De cliënt zoekt met behulp van de therapeut naar een bijpassende negatieve cognitie (NC), bijvoorbeeld: "Ik ben in gevaar, machteloos, slecht, dom."
Tevens wordt er een gewenste positieve cognitie (PC) gezocht voor wanneer het trauma verwerkt is, bijvoorbeeld: "het is voorbij, ik ben nu veilig," "als volwassene kan ik nu zelf kiezen," ik kan het aan, ik kan het hanteren," “ik ben een goed iemand, in orde, oké." De mate van geloofwaardigheid van de positieve cognitie wordt tevens ingeschaald.

De cliënt probeert dan zoveel mogelijk bij het beeld en het negatieve affect te blijven en aan de negatieve cognitie te denken, terwijl hij of zij tegelijkertijd met geopende ogen de ritmische bewegingen volgt die de therapeut met zijn of haar hand maakt. Een set oogbewegingen bestaat meestal uit ongeveer 25 à 35 bewegingen. Hierna pauzeert de cliënt voor een paar momenten.
De cliënt vertelt kort wat er vanzelf in hem of haar opkomt qua beeld, gevoel, gedachte of lichamelijke sensaties.
Dat wat de cliënt vanzelf krijgt. Wat het ook is dat er door hem of haar heengaat, of opkomt. De therapeut zal hierop in haken en een volgende set oogbewegingen toepassen. "Blijf daar maar bij, houd dat maar vast en volg met je ogen mijn vingers."

Na een of twee sets ontstaan er meestal spontaan allerlei veranderingen. Het beeld kan vager worden, verder weg komen te staan, of andere aspecten van de gebeurtenis, of hieraan gerelateerde herinneringen of associaties komen meer op de voorgrond.
Vaak krijgen cliënten stromen van nieuwe, positieve inzichten over zichzelf, de gebeurtenis, hun eigen rol erin, hoe het nu anders kan, en dergelijke (zonder dat hier ook maar een suggestie voor wordt gegeven door de therapeut). Het negatieve affect wordt tijdens een EMDR- sessie per set neutraler, of verandert eerst van kwaliteit.
Zo kan een oorspronkelijke gevoel van bijvoorbeeld angst, veranderen in verdriet, dan in woede om vervolgens neutraal, of zelfs positief te worden. Zoals gevoelens van opluchting, diepe ontspanning en rust, kracht of sereniteit. Tijdens het EMDR - proces worden de aanvankelijke beladen, negatieve gevoelens waar de cliënt mee begint niet alleen vanzelf neutraal, maar heel vaak ook zelfs positief!

Is het affect eenmaal neutraal of positief dan laat de therapeut de cliënt opnieuw terugdenken (of kijken) naar de oorspronkelijke (traumatische) gebeurtenis. Soms is en blijft het dan neutraal. Vaker komt er echter een nieuw kanaal (associatiereeks) van gevoelens of gedachten naar boven.
In EMDR werkt men zo een tweede, of derde kanaal op dezelfde wijze af, totdat de oorspronkelijke (traumatische) gebeurtenis geen enkel negatieve reactie meer kan oproepen.
In het algemeen duurt een tweede of derde kanaal veel korter.

Blijft de oorspronkelijke gebeurtenis neutraal of positief, dan wordt de cliënt gevraagd of de positieve cognitie (PC) nog wel past en in welke mate hij geloofwaardig aanvoelt. Indien nodig wordt de PC gewijzigd en met sets oogbewegingen net zolang versterkt, totdat de PC voor de cliënt gevoelsmatig helemaal waar, helemaal geloofwaardig is.

Vervolgens wordt de cliënt uitgenodigd om een zogenaamde body scan te doen.
De cliënt denkt dan aan de oorspronkelijke gebeurtenis, de positieve cognitie en gaat daarbij tegelijkertijd met zijn of haar aandacht, van boven naar beneden, het lichaam af.
Dit om na te gaan of het proces voldoende afgerond is, of dat er nog meer "beladen materiaal" is dat associatief aan de herinnering, het probleem of thema verweven is.
Wanneer de cliënt hierbij een prettige, of neutrale lichamelijke reactie ervaart, kan de sessie worden beëindigd.

Naast oogbewegingen kan de therapeut ook auditieve of kinesthetische bilaterale (een afwisselend stimuleren van de rechter en linker hersenhelft) stimulatie toepassen.
Bijvoorbeeld door middel van alternerende toontjes of klikjes in een koptelefoon, of door het afwisselend links en rechts trillen van trilplaatjes die in de handen worden vastgehouden.

Interweaves

Soms kan het proces vastlopen, op schuldgevoelens, angst om te veranderen of andere redenen. De therapeut gaat zich dan proactief met het proces bezighouden.

De therapeut kan dan gebruik maken van zogenaamde interweaves: "Als uw dochter hetzelfde zou overkomen, vindt u dan dat zij zich schuldig moet voelen?" Als de cliënte met "nee" antwoordt: "denk daar aan," en een nieuwe set wordt gestart (een zogenaamde cognitieve interweave).
Vaak maakt de therapeut daarbij gebruik van de interne en externe hulpbronnen uit het verleden of heden van de cliënt.

Voorbeelden hiervan zijn: Een beschermende oma van vroeger: "Zou zij ook zeggen dat je helemaal niks kan, voor niets deugt?"
Het volwassen zelf van de cliënt: "wat moet het kind van toen weten dat hij / zij toen niet wist, maar wat u nu wel weet?" Een imaginair gevestigde innerlijke raadgever / raadgeefster, of een imaginaire vitale oudere zelf, die deze problemen al heel lang geleden heeft opgelost (imaginaire interweaves): "Wat zou hij / zij zeggen van....?"
De functie van interweaves is het introduceren van nieuwe informatie, een nieuw gezichtspunt, of informatie waar de cliënt al over beschikt, maar waar hij of zij geen toegang toe heeft in de bewustzijnstoestand die geactiveerd is (bijvoorbeeld de beperkte kijk op de wereld van een angstig kind dat alles op zichzelf betrekt).

Bij in de jeugd ernstig getraumatiseerde cliënten zien we vaak een procesmatige verschuiving van schuldgevoelens "ik had wat moeten doen," "het is mijn schuld" (nadat de schuld en verantwoordelijkheidskwesties zijn opgelost en verwerkt komt er vaak woede vrij) naar veiligheidskwesties, om te eindigen met controlekwesties.
De bijkomende positieve cognities zijn dan bijvoorbeeld: "ik deed het beste wat ik kon, ik ben een goed iemand," "het is voorbij, ik ben nu veilig," "als volwassene kan ik nu zelf kiezen." (F. Shapiro,1995).

Hoewel EMDR qua techniek op zich simpel lijkt, vereist een juist en effectief toepassen van EMDR uitgebreide training en algemene therapeutische vaardigheden en inzichten. Het leggen van verbanden tussen ervaringen en huidige klachten of problemen van de cliënt, de timing en de keuze van de te behandelen herinneringen maken EMDR tot een kunde en een kunst.

EMDR en waarom het werkt: De theorieën over de werking.

Bewezen is dat EMDR werkt. Over hoe het precies werkt is men echter nog verdeeld.
Er bestaan verschillende theorieën over het werkingsmechanisme van EMDR. Het is goed mogelijk dat een verklaring van de werking van EMDR te maken heeft met een samengaan van verschillende theorieën.
De bekendste theorieën zijn:

EMDR als een vorm van kunstmatig dromen.

Een theorie is dat tijdens dromen onze ervaringen op een natuurlijke manier worden verwerkt.
Wanneer het stressniveau te hoog is, loopt dit verwerkingsmechanisme echter als het ware vast en krijgen wij nachtmerries waaruit we wakker worden.
De EMDR oogbewegingen lijken veel op die van de REM slaapfase (de fase waarin we dromen en onwillekeurige oogbewegingen maken). Ze zouden het vastgelopen verwerkingsproces kunstmatig weer op gang zetten en de negatieve en positieve cognitie zorgen hierbij voor meer sturing en richting

De relaxatieresponstheorie.

Volgens sommigen is het mogelijk dat de oogbewegingen een aangeboren ontspanningsreactie in de hersenen activeren. De gebruikelijke vlucht - vecht reactie, die we als mens bij stress of heftige emoties ervaren, wordt dan even onderbroken. De ontspanningsreactie zou dan een soort van afremmende werking hebben op vervelende emoties, zoals angst.
Hierdoor ontstaat er ruimte voor nieuwe gezichtspunten, inzichten en nieuwe gevoelens over de gebeurtenis en het probleem. Er bestaat wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat verticale oogbewegingen een rustgevend effect hebben op de amygdala (een hersendeel dat constant op gevaar scant en en gevoelens van gevaar en angst aanstuurt). De oogbewegingen lijken op bewegingen tijdens een gestaag recht vooruit lopen. Iets wat incompatibel is met angstreacties zoals vluchten, vechten of bevriezen.

Het duale bewustzijn.

Tijdens EMDR is er sprake van een dubbel bewustzijn, namelijk die van het trauma en die van het hier en nu van de oogbewegingen, wat op zich al neutraliserend (desensitiserend) werkt.

De door mij zeer gewaardeerde EMDR - trainer Ludwig Cornil over het heden, het nu en EMDR

Belasting van het werkgeheugen.

Dit is een recentelijke theorie, die met name vanuit Nederland sterk is opgekomen.
Het werkgeheugen waarmee we een opgehaalde herinnering met onze aandacht vasthouden om het te analyseren, te overdenken kost een bepaalde energie.
Het werkgeheugen heeft slechts een beperkte capaciteit Afleidende prikkels zoals de oogbewegingen van EMDR strijden dan met de herinnering om de beperkte capaciteit van het werkgeheugen. Dit heeft als gevolg dat de opgehaalde herinnering labieler wordt, dat er een afname in de levendigheid van de beelden en de emotionaliteit plaatsvindt.

De memory reconsolidation theorie (MRT).

Deze theorie verklaart mijns inziens het beste de werking van EMDR. Het menselijke brein verwerkt gewoonlijk ervaringen op een adaptieve wijze.
Echter, wanneer er bij traumatische gebeurtenissen sprake is van sterke emoties met veel stresshormonen worden deze ervaringen geïsoleerd, als het ware bevroren opgeslagen in het brein. Het communiceert niet met de rest van het brein, hoewel het wel uiterst gevoelig blijft en aanleiding geeft voor allerlei schrik en stress reacties, wanneer er iets gebeurt dat er associatief op lijkt. Bijvoorbeeld het geluid van een ambulance sirene activeert een traumatische ongeluk, of een harde stem roept de angst die je als kind had voor de woedebuien van je vader.

Doordat het geïsoleerd en afgesloten (gedissocieerd) is, heeft het geen contact met andere helpende herinneringen en het volwassen perspectief van de persoon in kwestie. De traumatische ervaring krijgt als herinnering een tijdsloos, eeuwigdurend karakter. Binnen in de herinnering zelf blijft het onveranderd traumatijd met de gevoelens, sensaties en overtuigingen van toendertijd.
Wanneer zo’n herinnering geactiveerd wordt, overspoelen ze vaak de persoon in kwestie en is hij of zij zijn of haar volwassen vermogens op dat moment kwijt. Wanneer de persoon in kwestie er zich later weer van herstelt, verbaast hij of zij zich vaak over zijn of haar eigen reacties.
Nog niet zo lang geleden ging men in de psychopathologie er vanuit dat psychotrauma’s nooit meer te veranderen waren. De therapie bestond toen enkel en alleen uit een leren ermee om te gaan.

Gelukkig weten we nu beter.

De huidige memorie reconsolidation theorie leert ons het volgende:
Wanneer een trauma geactiveerd wordt en er gebeurt tegelijkertijd iets dat tegen de in de het trauma opgeslagen verwachting ingaat, begint de herinnering te ontdooien, wordt het labiel en gaat openstaan voor nieuwe informatie. De traumatische verwachting komt niet uit. In het Engels  spreekt men van een mismatch: Een tegenstrijdigheid van de verwachting en voorspelling van het trauma en wat er nu in het heden gebeurt waardoor het trauma gaat uitdoven.

Nu geven de oogbewegingen tijdens EMDR op zich al een mismatch tijdens de behandeling. Maar er zijn meer elementen die een rol te spelen. De werkgeheugenbelasting en de relaxatierespons leiden tot een afname van vervelende gevoelens waardoor men ervaart dat men het trauma  veel beter onder ogen kan zien en het beter dan verwacht aankan. Iets wat ook ingaat tegen de verwachting van het trauma. Net zoals de zoals de veilige relatie met de therapeut – die er niet was toen het trauma oorspronkelijk plaatsvond. Het veilige hier en nu dat je het overleefd hebt en nu veilig bent, gaat zich in de herinnering van het trauma verbinden samen met het volwassen perspectief. Zoals het besef dat je niet verantwoordelijk was voor het geweld tussen je ouders, want je was maar een kind van zes jaar.

De herinnering wordt zo ontdaan van zijn traumatische elementen en gevoelens en waardoor het als voltooid verleden tijd wordt ervaren. Vervolgens wordt het weer in het lange termijn geheugen opgeslagen. De zogenaamde reconsolidatie.
Men blijft altijd weten wat er gebeurd is, maar het is nu blijvend ontdaan van zijn beladen, traumatische karakter. Het heeft geen storende invloed meer op de persoon in kwestie en de veranderingen gaan vanzelf, moeiteloos en zijn blijvend.

Concluderend blijkt EMDR niet alleen de geïsoleerde, ‘bevroren’ beelden en gevoelens lost te trekken, maar ook tegelijkertijd het vermogen te herstellen om een gebeurtenis volledig te verwerken.
Het basisprincipe van EMDR is dan ook dat er in iedereen een basis gezondheid huist, dat iedereen een aangeboren vermogen heeft dat streeft naar herstel, groei en een nieuw gezond, psychisch evenwicht.

© Texts / Auteursrecht O.C. Delfin, all rights reserved 2003- 2022 - pictures by AMC Verhoogt